Verwarm de oven voor op 230 graden. Haal de bakplaat eruit en bekleed vast met bakpapier.
2
Maak de soep. Verwijder het buitenste blad van 1 stuk prei en alleen het uiterste stukje van het donkergroene deel. Kerf in de lengte in en spoel zand ertussenuit. Snij grof in ringen.
3
Smelt een flinke klont boter in een soeppan. Voeg de prei toe en laat deze zachtjes smoren totdat ze zacht is geworden. Knijp 1 teentje knoflook erbij.
4
Schil intussen 1 stuk aardappel en snij in blokjes. Voeg bij de prei, roerbak eventjes mee en voeg 400 ml kokend water en ½ blokje groentebouillonblokje erbij. Breng aan de kook. Dek af en laat de groenten op laag vuur ca. 10 minuten garen.
5
Zet een pan met brede bodem op met een laagje water en zout. Was 250 g asperges en verwijder de harde onderkant. Snij eventueel dikke exemplaren in de lengte doormidden. Kook de asperges ca. 6 minuten tot beetgaar en giet af.
6
Leg 2 flammkuchen op de bakplaat. Besmeer met 1 bakje crème fraîche (bewaar evt. een kleine lepeltje voor in de soep) en bestrooi met peper en zout. Snij 1 stuk sjalot in hele dunne halve ringetjes en verdeel erover. Snij de kopjes van de gare asperges af voor in de salade. Verdeel de asperges over de flammkuchen en bak 8-10 minuten in de hete oven.
7
Snij ½ stuk komkommer in dunne halve maantjes. Maak een simpele dressing van olie, azijn, mosterd, peper en zout. Meng de komkommer en jonge sla door de dressing samen met de aspergepuntjes.
8
Pureer de soep. Breng op smaak met een kneepje citroen, zout en peper.
9
Rasp voor het serveren 40 g kaas over de flammkuchen en serveer de soep en salade erbij.