1
Verwarm de oven voor op 230 graden. Haal de bakplaat eruit en bekleed vast met bakpapier.
2
Zet een pan met brede bodem op met een laagje water en zout. Was 250 g asperges en verwijder de harde onderkant. Snij eventueel dikke exemplaren in de lengte doormidden. Kook de asperges ca. 6 minuten tot beetgaar en giet af.
3
Leg 2 flammkuchen op de bakplaat. Besmeer met 1 bakje crème fraîche (bewaar evt. een kleine lepeltje voor in de soep) en bestrooi met peper en zout. Snij 1 stuk sjalot in hele dunne halve ringetjes en verdeel erover. Snij de kopjes van de gare asperges af voor in de salade. Verdeel de asperges over de flammkuchen en bak 8-10 minuten in de hete oven.
4
Warm 500 ml soep zachtjes op.
5
Snij ¼ stuk komkommer in dunne halve maantjes. Maak een simpele dressing van olie, azijn, mosterd, peper en zout. Meng de komkommer en jonge sla door de dressing samen met de aspergepuntjes.
6
Rasp voor het serveren 40 g kaas over de flammkuchen en serveer de soep en salade erbij.