Breng in een brede pan een laagje water met wat zout aan de kook voor de knolselderij.
2
Snij met een groot scherp mes de schil van 400 g knolselderij. Halveer de knol en snij in zo dun mogelijke plakken (max 0.5 cm). Hoe dunner de plakken, hoe beter! Kook beetgaar in 8-10 minuten (zie tip). Giet de knolselderij af (bewaar een flinke kop kookvocht!) en laat goed uitlekken.
Tip:
De kooktijd is afhankelijk van de dikte van je plakken. Kun je er met een vork inprikken? Dan is de knolselderij goed.
3
Snipper 1 stuk gele ui en snij 1 stengel bleekselderij in halve maantjes. Fruit in een wok of hapjespan in wat olie glazig. Schil 125 g wortel en snij in dunne kwart maantjes, voeg toe en laat even rustig bakken. Voeg wat zout toe.
4
Kerf intussen 1 stuk prei in de lengte in en spoel het zand er tussenuit. Snij in dunne ringen. Hak 2 teentjes knoflook fijn en voeg samen met 1 tl gedroogde tijm bij de ui. Bak nog een paar minuten.
5
Verwarm de oven voor op 220 graden.
6
Maak ruimte in het midden van de pan vrij en bak daar 70 g tomatenpuree ca. 2 minuten zodat het zuur er wat af gaat. Voeg 1 blikje linzen toe, met aanhangend vocht. Voeg ½ bakje kappertjes toe.
7
Voeg een (halve) soeplepel knolselderijvocht (ca. 75 ml bij 2p) bij de saus samen met het verkruimelde ¼ blokje bouillon. Breng op smaak met peper, ½ el balsamicoazijn, dek af en laat nog even sudderen terwijl je 60 g kaas raspt.
8
Vet een ovenschaal in en maak een lasagne van 2 of 3 lagen. Verdeel plakken knolselderij op de bodem, schep wat van het groentemengsel erover. Doe dit nog één of twee keer en strooi als laatst de geraspte kaas erover. Schuif ca.10 minuten in de oven totdat er een mooi bruin korstje op zit (of zet even de gril aan).