Boen 600 g aardappelen en 250 g aardperen grondig (zie tip). Snij in hapklare stukken (de aardperen wat kleiner). Zet net onder water, voeg zout toe en kook in ca. 20 minuten gaar. Giet af, maar bewaar wat kookvocht.
Tip: je kan ze ook schillen als je dat lekkerder vindt.
3
Halveer 2 stronkjes witlof (laat het hart zitten). Leg op de snijkant in een passende ovenschaal en besprenkel met ruim olijfolie, een kneepje citroensap, peper en zout. Bak ca. 20 minuten in de oven.
4
Verwarm olie in een koekenpan en bak 2 stuks speklapjes op hoog vuur aan beide zijde bruin. Draai dan het vuur laag en laat ze zo ver uitbakken/krokant worden als je zelf lekker vindt.
5
Snij intussen ½ stuks appel in kleine blokjes. Doe in een bakje en besprenkel met wat citroensap zodat het niet gaat verkleuren. Hak 1 bosje dille fijn. Hou apart.
6
Stamp de afgegoten aardappelen en aardperen tot puree met een klont boter en wat kookvocht. Breng op smaak met peper en zout.
7
Serveer de puree met de gebakken witlof, speklapjes en bestrooi met de blokjes appel, ½ zakje sesamzaadjes en dille.
NB: Je hebt ook een bakje zwart sesamzaad gekregen voor een ander recept. Gebruik hier het geroosterde sesamzaad uit zakje.