1
Verwarm de oven voor op 180 graden. Kook 500 ml water m.b.v. de waterkoker.
2
Bak 50 g spekreepjes in een droge koekenpan knapperig (tip). Laat uitlekken op keukenpapier.
3
Snipper intussen 1 stuk sjalot. Hak 1 teentje knoflook fijn. Schil 100 g aardappelen en snij in kleine blokjes.
4
Verhit olie in een afdekbare soeppan. Fruit driekwart van de sjalot glazig (hou de rest apart voor de salade). Voeg de knoflook en aardappel toe, bak even mee. Voeg de aangegeven hoeveelheid kokend water en ½ blokje groentebouillon toe. Laat afgedekt ca. 5 minuten zachtjes koken tot de aardappelen gaar is.
5
Bak 2 pasteitjes op een met bakpapier beklede bakplaat ca. 18 minuten in de voorverwarmde oven.
6
Zet een pan met een laagje water op voor 200 g sperziebonen. Verwijder de steeltjes van de sperziebonen (de puntjes kan je laten zitten) en halveer. Breng opnieuw aan de kook en kook beetgaar in ca. 6 minuten. Giet af, spoel kort koud af en laat uitlekken.
7
Zet een kleine pan met water op en kook 1 doosje ei in 8 minuten hard vanaf dat het water kookt. Laat schrikken onder koud stromend water, pel en prak met een vork tot ‘mimosa’.
8
Hak 75 g waterkers grof en voeg bij de bouillon. Laat 2 minuten slinken en pureer met een staafmixer tot een gladde soep. Breng op smaak met peper, een kneepje citroensap en (optioneel) een snuf nootmuskaat. Voeg eventueel nog wat water toe.
9
Maak in een slakom een dressing van 1 el azijn, 1 tl mosterd, 1 el mayonaise, 1 el olijfolie extra vierge, peper en zout. Hak de overige sjalot extra fijn en meng door de dressing (ca. 1 el bij 2p).
10
Halveer 150 g tomaatjes. Schep samen met de sperziebonen door de dressing.
11
Garneer de soep en salade met de mimosa en spekjes en serveer de pasteitjes erbij.
Tip: Heb je tijd? Bak de spekjes dan in de soeppan, zo kun je de sjalot daarna fruiten in het smaakvolle bakvet.