1
Verwarm de oven voor op 200 graden.
2
Breng een pan met een laagje heet water aan de kook. Hier gaan straks de knolselderij en witte kool in.
3
Snij 350 g knolselderij in parten van ca. 3 cm en schil deze. Snij dan in dunne plakjes van maximaal 0,5 cm. Snij 100 g witte kool in reepjes.
4
Kook knolselderij en witte kool samen vanaf dat het water weer kookt in ca. 6 minuten beetgaar. Let op! Voeg de laatste minuut de aardappelschijfjes toe zodat ze even mee-warmen. Giet af, maar bewaar wat kookvocht.
5
Snij 2 stengels lente-ui (incl. het groen) in dunne ringetjes.
6
Meng in een schaaltje 1 bakje crème fraîche, lente-ui, ½ el mosterd en peper en zout. Maak smeuïg met ca. 2 el kookvocht per persoon en/of meng er evt. nog een restje yoghurt bij.
7
Schep het crème-fraîchemengsel door de afgegoten groenten. Vet een ovenschaal in en verdeel de groenten over de schaal.
8
Bestrooi met 75 g kaas en 40 g walnootstukjes (bewaar evt. ook wat walnoot voor door de salade). Bak 10-15 minuten in de oven tot de kaas gesmolten en goudbruin is.
9
Maak een simpele vinaigrette (zie tip). Verwijder het hart van 1½ stronkjes roodlof en snij in reepjes. Snij ¾ stuk peer in dunne partjes. Meng samen door de dressing.
Tip: Een simpele vinaigrette voor 2p met 0,5 el witte wijnazijn, 0,5 tl mosterd, 1,5 el olijfolie extra vierge, peper en zout. Neem voor 4p het dubbele.
10
Hak 1 bosje peterselie fijn.
11
Garneer de ‘gratin’ met de peterselie. Serveer met de roodlof-peersalade.